Home

Situatie voor 1 januari 1995

De militair was verzekerd bij de minister van Defensie, op basis van de Regeling gezondheidszorg, beter bekend als de "vrije geneeskundige zorg". Voor de gezinsleden bestond de mogelijkheid om zich particulier aanvullend te verzekeren tegen die kosten die niet door Defensie voor hen werden vergoed. De minister van Financiën beschouwde deze constructie als loon in natura dat aan de loonheffing moest worden onderworpen. Deze loonheffing werd tot 1995 door de minister van Defensie aan de minister van Financiën afgedragen door een bedrag ineens over te maken. Tegelijkertijd werd afgesproken dat de militair net als iedere andere Nederlander een ziektekostenpremie gaat betalen en dat over de werkgeversbijdrage loonheffing is verschuldigd.

De Regeling gezondheidszorg moest worden herzien. Dat resulteerde in de Regeling ziektekostenverzekering militairen. Deze Regeling is onderdeel van de arbeidsvoorwaarden van het militair personeel. Voor de uitvoering van deze Regeling richtte het Ministerie van Defensie de SZVK op.

Vanaf 1 januari 1995

Met ingang van 1 januari 1995 was de militair dus verzekerd op een manier die vergelijkbaar was met een particuliere ziektekostenverzekering. De polisvoorwaarden zijn onderdeel van de Regeling ziektekostenverzekering Militairen; zie daarvoor het AMAR artikel 90, 90a en 90b.
Voor de gezinsleden veranderde er ook het een en ander. Voortaan konden zij zich als medeverzekerde op de verzekering van de militair aanmelden. De militair is verzekerd volgens het Basispakket en de Uitbreiding Basispakket; de gezinsleden werden meeverzekerd op het Basispakket.

De verzekering was voor de militair verplicht tot het bereiken van de UKW-gerechtigde leeftijd. Op dat moment moesten zij een particuliere ziektekostenverzekering afsluiten. Op verzoek van de SZVK is toen de mogelijkheid geopend om deel te nemen aan een collectieve particuliere verzekering, het postactieven pakket. De SZVK nivelleerde voor de postactieve militairen en hun meeverzekerde gezinsleden de leeftijdstoeslag - die bij een particulier af te sluiten verzekering werd geheven - door middel van de zogenaamde vereveningsbijdrage. Deze vorm van verzekering eindigde op het moment dat de gewezen militair of zijn partner de leeftijd van 65 jaar bereikte. Bij het bereiken van die leeftijd werd hen de Standaard Pakket Polis (SPP) aangeboden.

Vanaf 1 januari 1999

Met ingang van 1 januari 1999 konden ook postactieve militairen en hun gezinsleden deelnemen aan de SZVK-verzekering. Voor de postactieve militair was de Uitbreiding Basispakket vanaf dat moment niet meer van toepassing; voor de gezinsleden was dat al langer niet het geval.

Voor de militairen die op of na 1 januari 1999 met LOM/(wachtgeld)-UKW de dienst verlieten, was deelname aan de SZVK verzekering zelfs verplicht. Militairen die voor de genoemde datum de dienst verlieten konden tot 1 januari 2001 vrijwillig toetreden tot de verzekering. Zij gingen deze verplichting vrijwillig aan. Was de aanmelding om toe te treden reeds voor 1 januari 2001 gedaan dan kon het toetreden worden gerekt tot 1 januari 2004. Dit gaf diegene die elders een verplichting voor meerdere jaren was aangegaan, de mogelijkheid om alsnog, na het aflopen van zijn/haar contract, tot de SZVK toe te treden. Dit betekende dat de deelnemer tot zijn/haar 65e jaar bij de SZVK was verzekerd.

Vanaf 1 januari 2006

Op 1 januari 2006 is in Nederland de Zorgverzekeringswet ingevoerd. Het gevolg hiervan is dat de verzekering bij de SZVK nu nog uitsluitend openstaat voor militairen in werkelijke dienst.